Feitjes over de Spaanse taal die je echt moet weten

18 juni 2022
Kim van Dijk
Feitjes over de Spaanse taal die je echt moet weten

Spanje, het land van zonovergoten costa’s met bruisende badplaatsen, temperamentvolle steden met gezellige plaza’s, bijzondere natuurgebieden met spectaculaire wandelroutes… Is het al tijd voor vakantie? We zijn gek op dit veelzijdige vakantieland en natuurlijk ook op de Spaanse taal. Het Spaans wordt niet alleen in Spanje gesproken, maar ook in veel Latijns-Amerikaanse landen. Met meer dan 450 miljoen moedertaalsprekers is het dan ook een van de grootste wereldtalen. Zelf ken je ongetwijfeld ook wat Spaanse woorden, zelfs als je nog nooit in een Spaanstalig land bent geweest. Tapas, churros en sangria koop je hier gewoon in de supermarkt! Er valt nog veel meer te vertellen over deze mooie taal. We zetten een aantal leuke weetjes op een rij.

1: De Spaanse taal heeft meer dan 93.000 woorden

Het is lastig om te zeggen hoeveel woorden de Spaanse taal heeft, of welke taal dan ook. In het Nederlands kunnen we bijvoorbeeld heel gemakkelijk samenstellingen maken. En zou je elke vervoeging van een werkwoord als apart woord tellen? Daarnaast komen er steeds nieuwe woorden bij, door technologische of culturele ontwikkelingen of omdat we woorden overnemen uit een andere taal. We kunnen wel kijken naar belangrijke woordenboeken. De Diccionario de la lengua española telt meer dan 93.000 woorden. Ter vergelijking: de Dikke Van Dale bevat meer dan een kwart miljoen trefwoorden.

2: Het Spaans is niet de enige taal die in Spanje wordt gesproken

Spaans is de officiële nationale taal, maar Spanje kent ook nog vier officiële regionale talen: Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees. Na het Spaans is het Catalaans de grootste taal van Spanje, met rond de 9 miljoen sprekers in onder andere Catalonië, Valencia en de Balearen. Het Aranees wordt alleen gesproken in Val d’Aran en heeft de minste sprekers, zo’n 5000.

3: In de Spaanse taal gebruik je omgekeerde leestekens

Ben je weleens een ¿ of ¡ tegengekomen? Dit is geen tik- of computerfout. Deze omgekeerde leestekens van de Spaanse taal zet je aan het begin van een vraagzin of uitroep, zodat meteen duidelijk is dat je je intonatie moet aanpassen. In het Nederlands draaien we het onderwerp en de persoonsvorm om, zodat je van ‘Je woont in Spanje’ de vraag ‘Woon je in Spanje?’ kunt maken. Maar het Spaans kent die omdraaiing niet en het onderwerp wordt zelfs vaak weggelaten, waardoor ‘Vives en España’ zowel een vraag als een mededeling kan zijn. De omgekeerde leestekens komen dan goed van pas!

4: Het woord flamenco heeft verschillende, uiteenlopende betekenissen

Bij flamenco denk je waarschijnlijk aan de ritmische muziek en dans uit de zuidelijke regio's van Spanje, maar het Spaanse woord heeft meerdere betekenissen. Als Spanjaarden het over het Vlaams hebben, zeggen ze ‘el neerlandés flamenco’, ‘el dialecto flamenco’ of gewoon ‘flamenco’. De Spaanse fauna kent ook een flamenco: de flamingo. Je kunt de roze vogels in het wild spotten in verschillende natuurgebieden in Andalusië.

5: Spaanstaligen kijken ook naar het vogeltje, maar zeggen geen ‘kaas’

Als je iemand in het Spaans wilt vragen om in de camera te kijken, zeg je ‘mira al parajito’, wat hetzelfde betekent als ‘kijk eens naar het vogeltje’. Het Engelse ‘say cheese’ is dan weer niet rechtstreeks te vertalen in het Spaans. In sommige delen van Spanje zeggen ze ‘patata’ (aardappel). In veel Latijns-Amerikaanse landen is ‘whiskey’ gebruikelijker om een glimlach op je gezicht te toveren.

We hopen dat je na het lezen van dit blogartikel iets nieuws hebt geleerd over de Spaanse taal. Was je eigenlijk op zoek naar een Spaanse vertaling? Directvertalen helpt je daar graag bij. Neem contact met ons op of vraag direct een offerte aan. ¡Hasta luego!

Upload je bestanden of neem contact op voor een prijsopgave

We helpen je met een snelle vertaling van kwaliteit. Altijd met een glimlach.